Voorbeeld schoolprotocol Werken met ontwikkelings- en uitstroomperspectieven
maart 2015

Dit voorbeeldprotocol is bedoeld als hulpmiddel voor de school om een eigen schoolprotocol op te stellen.

Doel

Een ontwikkelingsperspectief wordt opgesteld voor die leerlingen die op één of meer gebieden niet de doelen horend bij niveau midden groep 7 zullen halen.  Een ontwikkelingsperspectief bevat uitspraken over de doelen die we met de leerling willen bereiken.

Doel van het werken met ontwikkelingsperspectieven:

–       Waarborgen goede afstemming op de mogelijkheden van de leerling

–       Doelgericht plannen van het onderwijsaanbod voor deze leerling

–       Maken van beredeneerde keuzes in leerlijnen en onderwijsaanbod

–       Werken vanuit hoge verwachtingen

–       Waarborgen goede aansluiting VO

  

Voor welke kinderen?

Er wordt een ontwikkelingsperspectief opgesteld

–    voor leerlingen van wie de  inschatting is dat de leerresultaten einde basisschool  op één of

meer gebieden (op het vlak van rekenen en/of taal) lager dan niveau midden groep 7 zullen

uitkomen

–    voor leerlingen voor wie extra ondersteuningsgelden vanuit het samenwerkings-

verband worden ingezet (2014-2015: denk aan de voormalige rugzakleerlingen voor wie de school

middelen ontvangt als compensatie voor het wegvallen van het schooldeel van de rugzak)

Voor leerlingen van wie de inschatting is dat ze het reguliere onderwijsprogramma

in groep 8 kunnen volgen én van wie tevens de inschatting is dat hun eindniveau

op minimaal midden groep 7 zal uitkomen, wordt geen ontwikkelingsperspectief opgesteld.

 

Wanneer?

Vanaf dl 30 (eind groep 5) wordt voor alle kinderen voor wie dat nodig is een ontwikkelingsperspectief opgesteld. Daarbij worden ook de einddoelen van de basisschool voor deze leerling (uitstroomperspectief) geformuleerd.

Wanneer bij jongere leerlingen de inschatting is dat ze de doelen midden groep 7 niet zullen halen wordt eveneens een ontwikkelingsperspectief opgesteld. In de regel wordt dan echter nog niet het uitstroomperspectief geformuleerd.

 

Wat gaat er aan vooraf?

–       Er is aantoonbare ondersteuning geboden aan de leerling, blijkend uit handelingsplannen / hulp in het kader van groepsplannen

–       De leerling is besproken in leerlingbesprekingen

–       De leerling is besproken in consultatiebesprekingen met de leerlingbegeleider

–       Met de ouders is minimaal drie keer over de problemen gesproken

–       Uitzondering: verhuisgevallen

 

Wie beslist?

Groepsleerkracht en ib’er beslissen samen om voor een kind een ontwikkelingsperspectief op te stellen. De directeur wordt hierbij betrokken. De directeur is er altijd van op de hoogte wanneer een ontwikkelingsperspectief wordt gestart.

De teamleden worden naderhand geïnformeerd.

 

Onderbouwing

De beslissing om een ontwikkelingsperspectief op te stellen is gebaseerd op objectieve gegevens, zoals

–       pedagogogisch-didactische gegevens (verkregen uit observatie en onderzoek)

–       de resultaten van kwalitatief goed opgezette, uitgevoerde en geëvalueerde extra hulp

–       intelligentieonderzoek

Bij de beslissing om een ontwikkelingsperspectief op te stellen wordt altijd de aan de school verbonden orthopedagoog geconsulteerd.

 

Uitgangspunten

Bij het opstellen van het ontwikkelingsperspectief

–       formuleren we onze doelen ambitieus èn realistisch

–       baseren we onze doelen op handelingsgerichte informatie die we over het kind hebben; we beperken ons hierbij dus niet tot toetsgegevens

–       formuleren we (tenminste) halfjaarlijkse tussendoelen

–       beschrijven we hoe we gaan werken aan het bereiken aan de gestelde doelen

Kinderen voor wie een ontwikkelingsperspectief is opgesteld, krijgen per definitie een aangepast onderwijsaanbod.

Minimaal twee keer per jaar vindt een evaluatie plaats. Op basis van de evaluatie wordt het onderwijsaanbod voor de komende periode bepaald. Zo nodig worden op basis van de evaluatie de tussen- en einddoelen aangepast.

 

Communicatie met de ouders

De ouders worden intensief betrokken bij de beslissing te gaan werken met een ontwikkelingsperspectief. Daarbij wordt de ouders gevraagd middels een handtekening aan te geven dat ze op de hoogte zijn van het ontwikkelingsperspectief voor hun kind.

Bij de evaluatiemomenten (tenminste twee keer per jaar) wordt met de ouders besproken hoe de voortgang is en welke de vervolgstappen worden. Ook dan wordt de ouders gevraagd te tekenen voor gezien.

 

In gesprek met het kind

Het is belangrijk het kind te betrekken bij het ontwikkelingsperspectief en eraan te werken dat het kind zich eigenaar voelt van de eigen ontwikkeling.

Daarom worden met het kind regelmatig gesprekjes gevoerd. Daarbij komt aan de orde: waar sta je nu, waar gaan we naar toe werken, wat kun jij doen om ervoor te zorgen dat je het doel gaat halen, hoe kunnen we je hierbij helpen.

 

Rollen en verantwoordelijkheden

Ib’er en groepsleerkracht formuleren samen doelen en tussendoelen. Bij het opstellen van de einddoelen (uitstroomperspectief) is eveneens de orthopedagoog betrokken.

De groepsleerkracht maakt het plan hoe (inclusief wat, wie, wanneer) toegewerkt wordt naar het tussendoel. De ib’er ondersteunt hier zo nodig bij.

De groepsleerkracht is verantwoordelijk voor de uitvoering van het ontwikkelingsperspectief.

Groepsleerkracht en ib’er evalueren gezamenlijk halfjaarlijks de voortgang en stellen zo nodig vervolgdoelen bij. De groepsleerkracht is verantwoordelijk voor de communicatie met de ouders, daarbij indien nodig / gewenst ondersteund door de ib’er.